Dawei

image

08/12/2015 – 11/12/2015

De oude spoorlijn van Kanchanaburi naar Myanmar is in de loop der jaren ontmanteld en overgroeid, dus gaat het met de lokale bus richting grens. Op voorhand hadden we deze grensovergang gekozen omdat het de meest logische route leek. We blijken de enige buitenlanders te zijn die hier zo over denken, maar de overgang gaat eigenlijk heel vlot en na enkele formaliteiten vinden we een busje dat ons naar Dawei zal brengen. Op de kaart lijkt dat niet zo ver, in realiteit is het 5 uur door elkaar geschud worden aan 25km/u. Het verschil met Thailand is opvallend. We genieten desondanks van het uitzicht en bereiken nog voor zonsondergang het stadje.

Er wacht ons een eerste verrassing als we in ons hotel te horen krijgen dat een kamer 30 USD per nacht moet kosten. Voor budgetreizigers als wij is dat even slikken, maar na wat gebarentaal en inbreng van een andere hotelgast blijken er ook budgetkamers voor de helft beschikbaar.
We hebben op voorhand veel beweringen over Myanmar gelezen, de ene al wat correcter dan de andere, maar het zal gedurende de rest van onze trip doorheen het land inderdaad blijken dat accomodatie naar Zuid-Oost-Aziatische normen best duur is. Dat heeft te maken met de plotse stijging in toerisme door het recentelijk openstellen van het land, en het gebrek aan verblijfplaatsen dat daar voorlopig mee gepaard gaat. Helaas zijn er ook de corrupte instanties die nog steeds graag hun graantje meepikken. Grote delen van de industrie, waaronder ook toerisme, zijn nog steeds in handen van de zogenaamde cronies. Deze schurken hebben hun bevoorrechte status verworven onder het corrupte militaire regime. Als loyale aanhangers van de junta waren ze in staat grote staatscontracten binnen te rijven en monopolies op te bouwen in allerlei sectoren. Het is als bezoeker ook nu nog moeilijk om uit te maken waar je centjes naartoe gaan. Er zijn ondertussen veel private ondernemingen gelanceerd, waaronder hotels en transportbedrijfjes, maar het onderscheid is niet altijd duidelijk. Geld afhalen bij de bank bijvoorbeeld, is nog steeds een rechtstreekse sponsoring aan de bandieten hogerop. Het maakt een bezoek aan Myanmar een dubbele beleving, maar we hopen dat de balans toch positief uitvalt.

Wanneer ons gevraagd wordt om de kamer te betalen moeten we op zoek naar Kyat, de lokale munteenheid. Het is niet meer zo dat je als buitenlander alles met nieuwe, perfecte gladde dollarbiljetten moet betalen. Er is in ieder stadje (van enige omvang) wel degelijk een bankautomaat te vinden. Die automaat vinden is natuurlijk een ander verhaal. Na wat verdwaald te staan kijken voor ons hotel, wordt meteen een tweede bewering bevestigd: de mensen in Myanmar zijn ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam. Er wordt gezegd dat de mensen zo geworden zijn door het strenge militaire regime. In ieder geval, een vriendelijke jonge kerel stopt voor mij met zijn brommer en vraagt (in vrij goed Engels) waar ik heen wil. Hij neemt me vervolgens mee naar de eerste ATM, die niet blijkt te werken (“Not put money in today sir, maybe tomorrow”) en daarna naar de volgende, waar wel nog een voorraad is. De jongeman voert mij terug naar het hotel en rijdt weg, ik heb nauwelijks de tijd hem te bedanken.

Dawei is een prachtig stadje. Het staat vol Britse koloniale gebouwen. We nemen de tijd om te voet te verkennen, eten iets in een typisch theehuisje en verwonderen ons over de lokale gebruiken. Bijna iedereen is gekleed in een longyi (soort van rokbroek). Vrouwen dragen een typische make-up op hun gezicht, thanaka, een soort wit-gele crème met zowel een esthetische als een beschermende functie. Het valt ons ook op hoe proper het in dit stadje is. We zullen later merken dat dit helaas een uitzondering is, en weten eigenlijk nog steeds niet hoe dat komt.
De dag nadien huren we een brommertje om de stranden te gaan verkennen. Zuidelijk Myanmar is nog maar heel recent toegankelijk voor toerisme, en zelfs nu nog zijn grote delen enkel via speciale permits te bezoeken. Dat betekent dat de kust nog helemaal niet ontwikkeld is. Eindeloze witte stranden zijn volledig leeg. Het kost een hele inspanning om er te geraken gezien de wegen, maar het loont de moeite. Aan een van de grootste stranden nabij Dawei staat al een lange tijd een diepzeehaven gepland. Er zijn al wegen voor aangelegd (goed voor ons), maar de ontwikkeling lijkt momenteel te zijn gestopt. Als deze industriezone er ooit komt zal dit ongetwijfeld een enorme invloed hebben op de aanwezige natuurpracht. Op de terugweg blijkt al snel dat we de tijd wat verkeerd hebben ingeschat. Het is veel vroeger donker dan verwacht, en het licht van onze brommer blijkt niet te werken. Een wildvreemde man begint spontaan naast ons te rijden. We hebben eerst niet goed door wat de bedoeling is maar als hij bij het bereiken van de verlichte weg weg afslaat wordt het ons duidelijk: de man was bezorgd over ons welzijn op de donkere weg en besloot spontaan om ons van een escorte te voorzien.
We besluiten de volgende dag verder te trekken naar Yangon. In ons hotel boeken we een nachtbus. We zijn benieuwd wat we hier van moeten verwachten.

image

Naar de grens

image

Dawei

image

Dawei

image

Dawei

image

Dawei

image

Dawei

image

Ontwikkeling toerisme - Dawei

image

School - Dawei

image

Dawei

image

Maungmagan

image

Maungmagan

image

Maungmagan

image

Maungmagan

image

Maungmagan

image

tussen Maungmagan en Nabule

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

image

Nabule Beach

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s